zondag 20 april 2008

Chinese Volksvertelling

Een lange bijdrage deze keer, dus een kort voorwoord ;o)

Ik was benieuwd of ik qua schrijven nog meer kon/kan dan alleen tekstdichten en rijmen.
Dus maakte ik van een idee een kort verhaal.

In de vorm van een oude Chinese volksvertelling. Een sprookje zo U wil.
Het is gloedje nieuw, het komt geheel uit mijn fantasie.

Ik hoop dat de bloglezer het wat vind....
Of het een verbreding van mijn talenten is of meer een zaak van schoenmaker blijf bij je leest zullen EN de tijd EN de lezer uitmaken.

Ik hoop dat U geniet van: De Boer En De Fluitende Monnik

In de provincie Shen Shui, in het oude China, leefde een boer halverwege de berg Tai Pe.
De hele week verbouwde de boer zijn rijst in de bekkens bij zijn boerderij, hij raapte de eieren van zijn eenden en melkte zijn koe.
Het was een hard maar eerlijk bestaan.
Iedere zaterdagochtend, heel vroeg, zette hij zijn os voor zijn houten kar met 2 wielen, lade die kar vol met groenten melk en eieren en vertrok het smalle bergpad af naar het dorp wat beneden de rivier lag.

Op zijn weg naar beneden passeerde de boer altijd eerst de shaolin tempel.
Hij zag de bolvormige torens met hun wapperende rode slierten.
Soms hoorde hij het slaan van bamboe tegen trommels, soms het regelmatig tikken van 2 harde zaden tegen het vel van een gebedstrommel, soms hoorde hij de grote gong.
Maar altijd hoorde hij wel een shaolin monnik die mantra’s in zichzelf prevelde.

Voor de boer was het een wereld ver van de zijne.
Het was er allemaal wel, maar hij bergreep er weinig van.

Wanneer hij de tempel gepasseerd was moest hij de brug over de rivier over.
Het was maar een smalle bergstroom, maar het was goed dat de brug er was.
Vandaar moest de boer nog een uur verder de berg afzakken om uiteindelijk op het marktplein van het dorp te komen alwaar hij zijn koopwaar uitstalde om te verkopen aan de dorpsbewoners.

En wanneer de zon langs de bergkam scheerde en de avondschemer inviel, brak de boer zijn zaak op en vertrok meestal met een bijna lege kar terug naar huis.
Van wat hij verdiende kocht hij zijn eigen boodschappen op dezelfde markt, zaden, lampolie, lonten, vlees, gereedschap.
En op de terugweg was er altijd weer de bergstroom en de tempel die hij passeerde.
En hoewel de terugweg altijd bergop was, ging hij sneller.
Tenminste, zo voelde het wel voor de boer.
Vooral als de kar leeg was en de zaken goed waren geweest.

Zo verstreken de dagen, maand na maand.
Tot op een keer in het natte seizoen, vlak voor de winter zou komen de slagregens de hele provincie Shen Shui teisterde.
Dag en nacht voor 4 dagen lang teisterde het vele water de bergwanden van Tai Pe en zijn meestal kalme bergstroompjes veranderde in wild kolkende woeste rivierstromen.
En in de laatste nacht bereikte het water zo’n hoog punt dat de brug bij de Shaolin tempel werd weg geslagen.
In de dagen die volgde stuurde de goede Keizer een deel van zijn troepen door het rampgebied om op vele plekken goederen af te leveren.
En de belofte dat hij werklieden uit de grote steden zou sturen om al dat wat vergaan was opnieuw op te helpen bouwen.

Zijn trouwste en nobelste Samoerai had de keizer bij de grens gestationeerd, omdat de woeste horden bij de grote muur het zouden merken als de Keizer zijn positie daar verzwakte.
Daarom gaf hij locale mensen de opdracht om de afgeleverde goederen te bewaken voor plundering.

Zo geschiede het ook op de berg Tai Pe, nabij de brug, waar een grote stapel hout en bamboe was afgeleverd.
De Keizer had de tempel opdracht gegeven de goederen te bewaken tot de brug gerepareerd werd.

En zo kwam het dat de boer, die alles wat nog enigszins verkoopbaar was na de storm op zijn kar geladen had, op een vroege zaterdagmorgen een nieuw geluid hoorde toen hij de tempel naderde.
Een schril, hoog maar vrolijk deuntje van een kleine bamboefluit kwam hem tegemoet.
Op de stapel hout zat een jonge monnik te spelen.
De boer keek de monnik vluchtig aan.
“Hai !! Wat een onzin om daar zo te zitten spelen” dacht de boer, “Laat ‘m liever wat nuttigs doen.”
Daarna richtte de boer zich op zijn eigen problemen.
De rivier was gelukkig weer gezakt tot een doorwaadbaar niveau.
Van de oude brug stonden alleen de 4 zijbeuken er nog, 2 aan iedere kant van de rivier.
Het vele water had een brede strook aan beide kante van de stroom in een grote modderpoel veranderd.


De boer greep zijn os bij de leidsels en begon het dier en de zware kar door de zuigende modder te trekken.
Zuigende, sompige stap na stap ploeterde de boer zich naar de overkant.
Alleen de 5 a 6 passen op de oude rivierbodem waren lichter geweest, de rest eiste zijn tol van zowel de os als de boer.

Vermoeid en vuil bereikte de boer, veel later dan gewoonlijk zijn plek op de markt.
De mensen hadden veel geleden, en er was weinig geld voor boodschappen….de zaken van de boer waren slecht geweest toen hij de terugreis aanvaarde.

En op de terugreis hoorde hij weer de vrolijke tonen van de fluit toen hij de bergstroom bereikte.
En weer begon de zware oversteek.
Zijn kar was amper lichter geworden, en de zuigende modder nestelde zich in de as van zijn kar.
Op sommige plekken zakte dier en eigenaar tot hun knieën in de zware, zwarte modder.
Uitgeput bereikten beide de overkant waarna ze in het pikkedonker de rest van hun thuisreis begonnen.
Hij gunde de fluitende monnik geen blik waardig.

De week daarop had de boer zijn kar weer volgeladen.
Het had niet meer zwaar geregend en de oogst herstelde zich.
Al vlak voor de laatste bocht, waar hij de tempel en de oversteekplaats nog niet kon zien, hoorde hij de vrolijke melodie al van de bamboefluit.
Nog steeds zat de jonge monnik op de stapel hout.
Met niets anders dan een kopje waar rijst in kon, een kruik rijstewijn en zijn fluit.
De boer passeerde met de nodige wrevel in zijn lijf en ploeterde zich weer door de grote modderpoel.
En ook op de terugweg herhaalde zich het moeizame ritueel.
Verzwaard van vieze modder en met pijn in zijn hele lijf van het trekken en sleuren, kreeg de boer een hekel aan die ‘flierefluiter’ op die stapel hout.
En die niks meer leek te doen dan een beetje te hangen daar.

De week daarop vertrok de boer al vroeg, zoals hij gewend was, maar met een bezwaard gemoed.
Niet omdat zijn kar niet gevuld was……de oogst had zich helemaal hersteld.
Ook over het weer had hij niet te klagen.
Voor het eerst in weken was de herfstzon door gebroken en droeg de dag een herinnering van de zwoele zomer met zich mee.
Nee, het was de gedachte dat hij weer die vrolijk fluitende, niets doende monnik moest passeren die hem gegrond chagrijnig maakte.

Daarom viel het hem pas op dat hij deze keer GEEN gefluit hoorde, toen hij de laatste bocht al ruimschoots was gepasseerd.
En ook de in rode gewaden gehulde monnik zat niet op de stapel hout.
Hij kreeg de monnik in de gaten toen hij naar de oversteek plaats keek.
Met een grote stapel planken onder zijn arm ploeterde hij door de modder.
En steeds legde hij een plank voor een figuur uit die de planken gebruikte om schoon en droog naar de overkant te komen.
De figuur die geholpen werd door de monnik was een geisha.
Een prachtige, mooi en kleurig geklede vrouw.
De boer moest overduidelijk wachten tot de vrouw was overgestoken met de hulp van de monnik.
Hij kon er pas door als de planken weer weg waren.
Dus keek de boer met groeiende woede naar het schouwspel voor hem, en wachtte hij op de terugkeer van de monnik en zijn planken.

Toen na meer dan een half uur de monnik terugkeerde op de oever van de wachtende boer begon de boer gelijk zijn tirade af te steken tegen de jonge fluiter.
“Mooie monnik ben jij !! Mag jij van Boeddha alleen maar de mooie vrouwtjes helpen of zo ?? Nietsnut !! Ik ploeter me hier al weken door de modder en je steekt geen poot uit, doet niets !!! Waarom heb je MIJ niet geholpen ???”

Waarop de jonge monnik antwoordde: “Waarom heb jij het me niet gevraagd ??”

Greetz,
Harrie

3 opmerkingen:

Anoniem zei

De titel is heel sterk. Prima binnenkomer. Het idee van het verhaal ook, de plot is prima. Ik raad je echter aan om een volgend verhaal 'sneller' te laten verlopen. Het duurt net iets te lang voordat de clou er is.

Harrie zei

Dit vind ik echt leuk.
Precies hetzelfde kreeg ik terug van iemand die ook aan mijn tafel zat met mijn verjaardag.
Als 2 vrienden hetzelfde zeggen is het dubbele waarheid.

Greetz Bro',
Harrie

Anoniem zei

Oké, maar ik vond het geen slecht verhaal. Kortom schrijf nog eens wat en dan wat bondiger. En als je misschien eens wat anders wilt proberen kijk dan eens hier http://www.uchiyama.nl/ngpoezienav.htm. Japanse dichtvormen waaronder de zogenaamde Haiku. Het maken hiervan heeft een hoog meditatief karakter. Heilzaam voor de ziel :-)